Zorg voor onze leerlingen

Leerlingvolgsystemen

De school maakt gebruik van enkele leerlingvolgsystemen. Met deze leerlingvolgsystemen proberen we alle kinderen zo goed mogelijk individueel te volgen en in te spelen op de ontwikkeling en ‘leerbehoeften’ die elk kind heeft. Daarbij kan het voorkomen dat kinderen extra zorg nodig hebben. Door hier adequaat op te reageren voorkomen we dat kinderen onnodig een achterstand oplopen.

In de kleutergroepen gebruiken we het leerlingvolgsysteem ‘Kijk!’, een instrument waarmee we de ontwikkeling van de jongste kinderen nauwkeurig kunnen volgen. Er worden ook verschillende toetsen van het CITO afgenomen.

Het leerlingvolgsysteem voor de groepen 3 tot en met 8 bestaat uit een reeks door toetsen, voor het merendeel ontworpen door het CITO, waarmee we de ontwikkeling van kinderen kunnen vergelijken met een landelijke norm. We kunnen hierbij zien of de ontwikkeling van een kind goed verloopt, of in de loop van een jaar sneller of trager gaat dan gewenst.

We toetsen de vorderingen van de kinderen op het gebied van technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekeninzicht en rekentempo.

De schoolscores op de verschillende toetsen geven bovendien een beeld van het niveau van de school. Hieruit kunnen we ook afleiden waarin we ons de komende jaren beter kunnen ontwikkelen. Voor deze ontwikkelingen stelt het team jaarlijks een schoolontwikkelingsplan op dat past binnen het meerjarig strategisch beleidsplan.

 

‘Ondersteboven¡’

‘Ondersteboven’ is een groep waarin leerlingen een jaarklas-doorbrekend uitdagend aanbod krijgen. Voor meer- en hoogbegaafde kinderen wordt de leerstof aangepast, reguliere stof wordt ingedikt en de tijd die hierdoor vrijkomt wordt ingevuld met lesmaterialen op eigen niveau. Voor veel kinderen is dit aanbod in de groep voldoende. Voor enkele kinderen geldt dat er leer- en ontwikkelingsbehoeften zijn, waaraan (tijdelijk) niet volledig in de eigen groep tegemoet gekomen kan worden. Deze kinderen komen enkele uren per week naar een speciaal daarvoor ingericht lokaal: Ondersteboven¡. Bij Ondersteboven¡ werken zij onder begeleiding van een gespecialiseerde leerkracht aan het versterken van vaardigheden (zowel op het denken als op het uitvoeren gericht) en wordt de nieuwsgierigheid geprikkeld, meestal aan de hand van een thema. Daarnaast is er ook tijd en aandacht voor thema’s als perfectionisme, faalangst, uitstelgedrag, gewoon en anders zijn, intensiteit, omgaan met frustraties. Er vindt terugkoppeling plaats naar de ouders, leerkrachten en tweemaal per jaar wordt er geëvalueerd.

 

Remedial teaching

Op basis van de observaties van de leerkracht en de toetsen uit het leerlingvolgsysteem kan worden besloten dat een kind extra hulp nodig heeft. Deze hulp kan worden geboden in de groep (bv. extra instructie, of een andere verwerking). Het is mogelijk dat de hulp van een onderwijsassistente hiervoor ingezet wordt.

De remedial teaching is vooral bedoeld om een tijdelijke achterstand of probleem bij een kind weg te werken.

Mocht een kind een ‘zwaarder’ probleem hebben dan is remedial teaching niet aan de orde, maar is een aparte leerlijn voor de verdere schoolloopbaan noodzakelijk. Deze aparte leerlijn wordt opgesteld door de intern begeleider(s) en de groepsleerkracht(en).

Het zal duidelijk zijn dat een aparte leerlijn veelal gevolgen heeft voor het eindniveau van een leerling. Daarom worden vooraf duidelijke afspraken gemaakt met de ouders.