Zorg voor onze leerlingen

Leerlingvolgsystemen

De school maakt gebruik van enkele leerlingvolgsystemen. Met deze leerlingvolgsystemen proberen we alle kinderen zo goed mogelijk individueel te volgen en in te spelen op de ontwikkeling en ‘leerbehoeften’ die elk kind heeft. Daarbij kan het voorkomen dat kinderen extra zorg nodig hebben. Door hier adequaat op te reageren voorkomen we dat kinderen onnodig een achterstand oplopen.

In de kleutergroepen gebruiken we het leerlingvolgsysteem ‘Kijk!’, een instrument waarmee we de ontwikkeling van de jongste kinderen nauwkeurig kunnen volgen. Er worden ook verschillende toetsen van het CITO afgenomen.

Het leerlingvolgsysteem voor de groepen 3 tot en met 8 bestaat uit een reeks door toetsen, voor het merendeel ontworpen door het CITO, waarmee we de ontwikkeling van kinderen kunnen vergelijken met een landelijke norm. We kunnen hierbij zien of de ontwikkeling van een kind goed verloopt, of in de loop van een jaar sneller of trager gaat dan gewenst.

We toetsen de vorderingen van de kinderen op het gebied van technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekeninzicht en rekentempo.

De schoolscores op de verschillende toetsen geven bovendien een beeld van het niveau van de school. Hieruit kunnen we ook afleiden waarin we ons de komende jaren beter kunnen ontwikkelen. Voor deze ontwikkelingen stelt het team jaarlijks een schoolontwikkelingsplan op dat past binnen het meerjarig strategisch beleidsplan.

 

‘Onderstebovenklas’

Om zoveel mogelijk aan de leer- en ontwikkelingsbehoeften van kinderen te voldoen zijn we het schooljaar 2009 – 2010 gestart met een speciale plusklas, genaamd ‘Ondersteboven’. In deze klas hebben we het klassikaal leerproces op z’n kop gezet en willen we het onderste bij de kinderen boven halen.

De klas is een speciaal ingericht lokaal met o.a. computers en speciale leermiddelen waar kinderen in kleine groepjes een ochtend of een middag gedurende een periode van ongeveer 8 weken onder begeleiding van een leerkracht met extra uitdagende materialen en projecten aan het werk gaan. Ook krijgen deze kinderen o.a. wat Spaanse les.

Na de periode van 8 weken volgt meestal een afsluitende tentoonstelling waarbij ouders kunnen komen kijken wat de kinderen in de ‘Onderstebovenklas’ hebben gedaan en worden de groepen opnieuw samengesteld.

De kinderen voor de ‘Onderstebovenklas’ worden geselecteerd door de leerkrachten en de intern begeleiders. We maken onderscheid tussen kinderen die een extra leerbehoefte hebben, meer uitdaging nodig hebben op een leergebied en kinderen die op sociaal emotioneel gebied sterker moeten worden. Deze kinderen hebben met name behoefte aan succeservaring. Door het werken in een klein groepje willen we dit kinderen bijbrengen.

 

Remedial teaching

Op basis van de observaties van de leerkracht en de toetsen uit het leerlingvolgsysteem kan worden besloten dat een kind extra hulp nodig heeft. Deze hulp kan worden geboden in de groep (bv. extra instructie, of een andere verwerking). Het is mogelijk dat de hulp van een onderwijsassistente hiervoor ingezet wordt.

De remedial teaching is vooral bedoeld om een tijdelijke achterstand of probleem bij een kind weg te werken.

Mocht een kind een ‘zwaarder’ probleem hebben dan is remedial teaching niet aan de orde, maar is een aparte leerlijn voor de verdere schoolloopbaan noodzakelijk. Deze aparte leerlijn wordt opgesteld door de intern begeleider(s) en de groepsleerkracht(en).

Het zal duidelijk zijn dat een aparte leerlijn veelal gevolgen heeft voor het eindniveau van een leerling. Daarom worden vooraf duidelijke afspraken gemaakt met de ouders.